Maatwerk bij Huishoudelijke Ondersteuning gemeente Oldenzaal

15 maart 2017

Er komt dit jaar een nieuwe opzet voor de Huishoudelijke Ondersteuning voor de inwoners van Oldenzaal. Dat is het gevolg van uitspraken van de rechter en nieuwe regelgeving. De veranderde regels zorgen voor ondersteuning op maat voor wie dat nodig heeft.

Iedereen die nu ondersteuning heeft, krijgt in 2017 een gesprek met een medewerker van de gemeente. Samen met de cliënt wordt gekeken welke ondersteuning er nodig is en wat iemand zelf kan, waarna de gemeente de ondersteuningsbehoefte vaststelt.

Nieuwe opzet uiterlijk 1 januari 2018 van kracht

De nieuwe opzet voor de Huishoudelijke Ondersteuning wordt uiterlijk 1 januari 2018 van kracht, maar gemeente Oldenzaal start hier al eerder mee, net als andere Twentse gemeenten. Vanuit een basismodule wordt ondersteuning bij het huishouden geboden. Wie extra hulp nodig heeft, komt in aanmerking voor aanvullende ondersteuningsmodules. Die modules hebben betrekking op wasverzorging, maaltijdverzorging, hygiëne, regie over het huishouden en zorg voor minderjarige kinderen.

Cliënten ontvangen bericht van de gemeente

De verwachting is dat de gesprekken over de nieuwe vorm van ondersteuning in de tweede helft van 2017 plaats vinden. Cliënten krijgen hierover persoonlijk bericht van de gemeente. Vervolgens krijgen de cliënten een individuele beschikking waarin precies staat hoe de ondersteuning er uit ziet.
Het nieuwe beleid omtrent de Huishoudelijke Ondersteuning brengt forse structurele extra kosten met zich mee. Deze worden geschat op € 550.000,- per jaar en zullen worden opgenomen in de programmabegroting van 2018. Daarnaast is er sprake van incidentele kosten die samenhangen met de herindicatiekosten en een eenmalige tegemoetkoming aan de gecontracteerde aanbieders Huishoudelijke Ondersteuning.

Wethouder Rob Christenhusz: ‘Met de nieuwe opzet is het mogelijk om preciezer maatwerk te bieden aan mensen die huishoudelijke ondersteuning nodig hebben. We kijken eerst wat iemand zelf kan en op basis daarvan wordt door de gemeente vastgesteld welke ondersteuning vanuit de modules geboden wordt.’