Onderzoek veiligheid breedplaatvloeren

09 januari 2018

In mei 2017 is een in aanbouw zijnde parkeergarage op Eindhoven Airport ingestort. De betonnen vloer van deze parkeergarage was opgebouwd uit geprefabriceerde breedplaten met daarop een - in het werk - gestorte betonlaag. De aansluiting tussen deze twee lagen blijkt onvoldoende te zijn geweest en heeft vrijwel zeker geleid tot de instorting. Uit onderzoeksresultaten kan worden opgemaakt dat vergelijkbare veiligheidsrisico’s zich ook voor kunnen doen bij andere gebouwen met breedplaatvloeren van geprefabriceerde breedplaten. De minister van Binnenlandse Zaken wil daarom dat alle vergelijkbare vloeren in ons land worden gecontroleerd. Alle gemeenten moeten eigenaren van bepaalde gebouwen vragen te onderzoeken of hun pand ook zo’n vloer heeft en of dat kan leiden tot onveilige situaties. Als de veiligheid in het geding is, dan moet de eigenaar maatregelen nemen.

Wat doet de gemeente Oldenzaal?

Uit opgevraagde informatie is gebleken dat de specifieke Bubbledeckvloeren (vlakke betonnen plaatvloer met gewichtbesparende holle bolvormige elementen) - zoals toegepast in de Eindhovense parkeergarage - in Oldenzaal niet voorkomen. Wel zijn er ook in Oldenzaalse gebouwen breedplaatvloeren toegepast. De gemeente is nu bezig met een eerste onderzoek naar deze vloeren met behulp van stukken uit het gemeentelijke archief, volgens het aangereikte stappenplan. Bij de aanvraag van vergunningen worden constructieberekeningen aangeleverd, die de gemeente zorgvuldig archiveert. We hebben allereerst een aantal publieke gebouwen bekeken waarvan een kwetsbare doelgroep gebruik maakt. In al deze gebouwen blijkt geen gebruik gemaakt te zijn van de risicovolle breedplaatvloeren. De overige (grotere groep) gebouwen wordt nu onderzocht; daarbij wordt allereerst gekeken of breedplaatvloeren zijn toegepast. Dat zorgt voor een eerste schifting. Bij deze groep wordt vervolgens gekeken naar de overspanning en andere constructieve kenmerken.

Wat moet ik doen als pandeigenaar?

Als uit het laatste onderzoek blijkt dat uw gebouw de risicovolle betonplaten bevat en er een (mogelijk) veiligheidsrisico aanwezig is, dan nemen wij in februari 2018 contact met u op. We gaan dan samen bekijken welke maatregelen passend zijn. Eigenaren die zelf al onderzoek hebben uitgevoerd of dit nog laten doen worden verzocht dit te melden bij de gemeente.

Om welke vloeren gaat het?

Het gaat dus om zogeheten geprefabriceerde breedplaatvloeren. De vloeren bestaan uit betonplaten die in een fabriek worden gemaakt en die, op de bouwplaats zelf, van een tweede laag beton worden voorzien. De platen hebben een wapening (versterking in het beton) die bij plaatsing van de eerste laag zichtbaar is aan de bovenkant. Ze zijn minimaal 2,40 meter breed en dus breder dan de bekende kanaalplaatvloeren. Dié zijn vaak 1,20 meter breed en te herkennen aan de holle kanalen die aan de uiteinden zichtbaar zijn. Deze vloeren krijgen op de bouwplaats alleen nog maar een dunne afdeklaag.

Zijn alle breedplaatvloeren gevaarlijk?

Nee, het gaat om breedplaatvloeren die na 1999 zijn gefabriceerd en waarbij gebruik is gemaakt van zogeheten zelfverdichtend beton. Als de bovenkant van de platen niet is opgeruwd voordat de tweede laag beton is gestort, dan bestaat de kans dat hechting tussen de twee delen niet voldoende is en de vloer daardoor niet sterk genoeg is. Dit risico wordt nog groter als ook nog eens sprake is van grote overspanningen en kolommen als ondersteuning.

Welke gebouwen zijn verdacht?

De breedplaatvloeren in combinatie met kolommen zijn de afgelopen jaren vooral gebruikt in de utiliteitsbouw. Denk daarbij aan grote gebouwen met meerdere bouwlagen, zoals parkeergarages, grote bedrijfspanden, winkels en scholen. Die vloeren moeten dan ook onderzocht worden. Woningen, woongebouwen en agrarische bedrijfsgebouwen vallen vanwege de constructie en vaak geringe overspanningen buiten de risicogroep.

Informatie

Voor meer informatie: www.oldenzaal.nl/breedplaatvloeren. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de vloer/een gebouw ligt bij de gebouweigenaar. De gemeente informeert over de risico’s en helpt waar mogelijk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het beschikbaar stellen van bouwdossiers als u daar zelf niet meer over beschikt. U kunt voor vragen terecht bij de helpdesk bouwregelgeving van de rijksoverheid, maar u kunt ook contact opnemen met de gemeente Oldenzaal via info@oldenzaal.nl of (0541) 58 81 11.