Natuurvriendelijk isoleren met SMP
Wist u dat vogels en vleermuizen vaak in huizen leven? Ze zitten bijvoorbeeld onder daken of in spouwmuren. Deze dieren zijn vaak beschermd. Daarom mag u uw woning niet zomaar isoleren of verbouwen zonder eerst te laten onderzoeken of ze daar leven. Zo’n natuuronderzoek kost vaak veel tijd en geld. De gemeente Oldenzaal wil het voor huiseigenaren makkelijker en goedkoper maken. Daarom stelt de gemeente een Soortenmanagementplan (SMP) op.
Wat is een soortenmanagementplan?
Een SMP is een plan waarin staat hoe bouwen en verbouwen samen kan gaan met het beschermen van dieren en planten. Dat is bijvoorbeeld belangrijk bij woningisolatie of kleine verbouwingen.
Bij een SMP is er één ontheffing (‘toestemming’) voor een heel gebied, in plaats van een aparte ontheffing per woning of project. De gemeente laat het natuuronderzoek voor het hele gebied uitvoeren. Hierdoor hoeven inwoners bij de meeste werkzaamheden geen eigen ecologisch onderzoek meer te regelen. Dat scheelt tijd, geld en moeite.
Minder drempels om te isoleren
Met het SMP neemt de gemeente veel werk uit handen. Huiseigenaren hoeven geen ecologisch bureau meer in te schakelen en geen lange procedures te volgen. De gemeente vraagt één gebiedsontheffing aan voor binnen de bebouwde kom. Inwoners kunnen hier dan gebruik van maken. Halverwege 2026 is het deelonderzoek (pré-SMP) klaar, dan kan 30% van de particuliere woningeigenaren het pré-SMP al gebruiken om de woning te verduurzamen. Naar verwachting is het volledige SMP eind 2027 klaar.
Buurtonderzoek vanaf april 2026
Van april tot en met september 2026 doen ecologen van NatuurInclusief B.V. onderzoek in de hele bebouwde kom van Oldenzaal. Zij kijken waar onder andere huismussen, gierzwaluwen, boeren- en huiszwaluwen, spreeuwen en vleermuizen leven en hoeveel er zijn. Dit onderzoek is nodig voor het SMP.
De ecologen zijn regelmatig in de wijk te zien. Ze fietsen rond met meetapparatuur en dragen gele hesjes met het logo van NatuurInclusief B.V.. Overdag doen zij onderzoek naar vogels. In de avond en vroege ochtend kijken zij naar vleermuizen en gierzwaluwen. Het onderzoek bestaat uit meerdere periodes. De eerste periode is van 1 april tot en met 15 mei 2026.


